HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bekennen — definition

Conjugation of bekennen

Regular CEFR B1
bəˈkɛnə(n)

niet te bekennen zijn: ontbreken, niet te vinden zijn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beken
jij / je bekent
hij / zij / het bekent
wij / we bekennen
jullie bekennen
zij / ze bekennen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bekende
jij / je bekende
hij / zij / het bekende
wij / we bekenden
jullie bekenden
zij / ze bekenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bekenne
jij / je bekenne
hij / zij / het bekenne
wij / we bekennen
jullie bekennen
zij / ze bekennen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bekende
jij / je bekende
hij / zij / het bekende
wij / we bekenden
jullie bekenden
zij / ze bekenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beken
jullie (archaïsch) bekent

Onbepaalde vormen

Infinitief
bekennen
Tegenwoordig deelwoord
bekennend
Voltooid deelwoord
bekend

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary