HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bejubelen — definition

Conjugation of bejubelen

Regular CEFR B2
bəˈjybələ(n)

iets of iemand uitgebreid prijzen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bejubel
jij / je bejubelt
hij / zij / het bejubelt
wij / we bejubelen
jullie bejubelen
zij / ze bejubelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bejubelde
jij / je bejubelde
hij / zij / het bejubelde
wij / we bejubelden
jullie bejubelden
zij / ze bejubelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bejubele
jij / je bejubele
hij / zij / het bejubele
wij / we bejubelen
jullie bejubelen
zij / ze bejubelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bejubelde
jij / je bejubelde
hij / zij / het bejubelde
wij / we bejubelden
jullie bejubelden
zij / ze bejubelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bejubel
jullie (archaïsch) bejubelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bejubelen
Tegenwoordig deelwoord
bejubelend
Voltooid deelwoord
bejubeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary