HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beitsen — definition

Conjugation of beitsen

Regular CEFR B1
ˈbɛi̯t.sə(n)

met beits behandelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beits
jij / je beitst
hij / zij / het beitst
wij / we beitsen
jullie beitsen
zij / ze beitsen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beitste
jij / je beitste
hij / zij / het beitste
wij / we beitsten
jullie beitsten
zij / ze beitsten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beitse
jij / je beitse
hij / zij / het beitse
wij / we beitsen
jullie beitsen
zij / ze beitsen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beitste
jij / je beitste
hij / zij / het beitste
wij / we beitsten
jullie beitsten
zij / ze beitsten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beits
jullie (archaïsch) beitst

Onbepaalde vormen

Infinitief
beitsen
Tegenwoordig deelwoord
beitsend
Voltooid deelwoord
gebeitst

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary