HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beijzelen — definición

Conjugation of beijzelen

Regular CEFR B2
/bəˈɛi̯.zə.lə(n)/

met ijzel bedekt raken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beijzel
jij / je beijzelt
hij / zij / het beijzelt
wij / we beijzelen
jullie beijzelen
zij / ze beijzelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beijzelde
jij / je beijzelde
hij / zij / het beijzelde
wij / we beijzelden
jullie beijzelden
zij / ze beijzelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beijzele
jij / je beijzele
hij / zij / het beijzele
wij / we beijzelen
jullie beijzelen
zij / ze beijzelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beijzelde
jij / je beijzelde
hij / zij / het beijzelde
wij / we beijzelden
jullie beijzelden
zij / ze beijzelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beijzel
jullie (archaïsch) beijzelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beijzelen
Tegenwoordig deelwoord
beijzelend
Voltooid deelwoord
beijzeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary