HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← behoren — definition

Conjugation of behoren

Regular CEFR C1
bəˈɦoːrə(n)

~ te onderdeel uitmaken van wat gebruikelijk is of tot de fatsoensnormen gerekend wordt, dienen, horen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik behoor
jij / je behoort
hij / zij / het behoort
wij / we behoren
jullie behoren
zij / ze behoren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik behoorde
jij / je behoorde
hij / zij / het behoorde
wij / we behoorden
jullie behoorden
zij / ze behoorden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik behore
jij / je behore
hij / zij / het behore
wij / we behoren
jullie behoren
zij / ze behoren
Aanvoegende wijs — verleden
ik behoorde
jij / je behoorde
hij / zij / het behoorde
wij / we behoorden
jullie behoorden
zij / ze behoorden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij behoor
jullie (archaïsch) behoort

Onbepaalde vormen

Infinitief
behoren
Tegenwoordig deelwoord
behorend
Voltooid deelwoord
behoord

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary