HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beheersen — definition

Conjugation of beheersen

Regular CEFR B2
bəˈɦeːrsə(n)

de baas zijn over zichzelf; meester zijn over de eigen gevoelens of impulsen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beheers
jij / je beheerst
hij / zij / het beheerst
wij / we beheersen
jullie beheersen
zij / ze beheersen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beheerste
jij / je beheerste
hij / zij / het beheerste
wij / we beheersten
jullie beheersten
zij / ze beheersten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beheerse
jij / je beheerse
hij / zij / het beheerse
wij / we beheersen
jullie beheersen
zij / ze beheersen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beheerste
jij / je beheerste
hij / zij / het beheerste
wij / we beheersten
jullie beheersten
zij / ze beheersten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beheers
jullie (archaïsch) beheerst

Onbepaalde vormen

Infinitief
beheersen
Tegenwoordig deelwoord
beheersend
Voltooid deelwoord
beheerst

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary