HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← behalen — definition

Conjugation of behalen

Regular CEFR C2
bəˈɦaːlə(n)

een diploma of certificaat verwerven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik behaal
jij / je behaalt
hij / zij / het behaalt
wij / we behalen
jullie behalen
zij / ze behalen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik behaalde
jij / je behaalde
hij / zij / het behaalde
wij / we behaalden
jullie behaalden
zij / ze behaalden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik behale
jij / je behale
hij / zij / het behale
wij / we behalen
jullie behalen
zij / ze behalen
Aanvoegende wijs — verleden
ik behaalde
jij / je behaalde
hij / zij / het behaalde
wij / we behaalden
jullie behaalden
zij / ze behaalden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij behaal
jullie (archaïsch) behaalt

Onbepaalde vormen

Infinitief
behalen
Tegenwoordig deelwoord
behalend
Voltooid deelwoord
behaald

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary