HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← begrenzen — definición

Conjugation of begrenzen

Regular CEFR B2
/bəˈɣrɛnzə(n)/

beperken, limiteren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik begrens
jij / je begrenst
hij / zij / het begrenst
wij / we begrenzen
jullie begrenzen
zij / ze begrenzen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik begrensde
jij / je begrensde
hij / zij / het begrensde
wij / we begrensden
jullie begrensden
zij / ze begrensden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik begrenze
jij / je begrenze
hij / zij / het begrenze
wij / we begrenzen
jullie begrenzen
zij / ze begrenzen
Aanvoegende wijs — verleden
ik begrensde
jij / je begrensde
hij / zij / het begrensde
wij / we begrensden
jullie begrensden
zij / ze begrensden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij begrens
jullie (archaïsch) begrenst

Onbepaalde vormen

Infinitief
begrenzen
Tegenwoordig deelwoord
begrenzend
Voltooid deelwoord
begrensd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary