HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bedrillen — definition

Conjugation of bedrillen

Regular CEFR B2
bəˈdrɪ.lə(n)

to domineer, to dominate, to intimidate Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bedril
jij / je bedrilt
hij / zij / het bedrilt
wij / we bedrillen
jullie bedrillen
zij / ze bedrillen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bedrilde
jij / je bedrilde
hij / zij / het bedrilde
wij / we bedrilden
jullie bedrilden
zij / ze bedrilden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bedrille
jij / je bedrille
hij / zij / het bedrille
wij / we bedrillen
jullie bedrillen
zij / ze bedrillen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bedrilde
jij / je bedrilde
hij / zij / het bedrilde
wij / we bedrilden
jullie bedrilden
zij / ze bedrilden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bedril
jullie (archaïsch) bedrilt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bedrillen
Tegenwoordig deelwoord
bedrillend
Voltooid deelwoord
bedrild

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary