HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bedriegen — definición

Conjugation of bedriegen

Regular CEFR B2
/bəˈdri.ɣə(n)/

iemand met kwade opzet in de waan brengen, misleiden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bedrieg
jij / je bedriegt
hij / zij / het bedriegt
wij / we bedriegen
jullie bedriegen
zij / ze bedriegen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bedroog
jij / je bedroog
hij / zij / het bedroog
wij / we bedrogen
jullie bedrogen
zij / ze bedrogen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bedriege
jij / je bedriege
hij / zij / het bedriege
wij / we bedriegen
jullie bedriegen
zij / ze bedriegen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bedroge
jij / je bedroge
hij / zij / het bedroge
wij / we bedrogen
jullie bedrogen
zij / ze bedrogen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bedrieg
jullie (archaïsch) bedriegt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bedriegen
Tegenwoordig deelwoord
bedriegend
Voltooid deelwoord
bedrogen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary