HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bedoen — definición

Conjugation of bedoen

Regular CEFR B1
/bəˈdun/

to soil oneself, to stain oneself, (in particular) to beshit or pee oneself Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bedoe
jij / je bedoet
hij / zij / het bedoet
wij / we bedoen
jullie bedoen
zij / ze bedoen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bedeed
jij / je bedeed
hij / zij / het bedeed
wij / we bededen
jullie bededen
zij / ze bededen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bedoe
jij / je bedoe
hij / zij / het bedoe
wij / we bedoen
jullie bedoen
zij / ze bedoen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bedede
jij / je bedede
hij / zij / het bedede
wij / we bededen
jullie bededen
zij / ze bededen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bedoe
jullie (archaïsch) bedoet

Onbepaalde vormen

Infinitief
bedoen
Tegenwoordig deelwoord
bedoend
Voltooid deelwoord
bedaan

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary