HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bedienen — definition

Conjugation of bedienen

Regular CEFR C1
bəˈdinə(n)

eten en of drinken brengen in een horecagelegenheid Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bedien
jij / je bedient
hij / zij / het bedient
wij / we bedienen
jullie bedienen
zij / ze bedienen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bediende
jij / je bediende
hij / zij / het bediende
wij / we bedienden
jullie bedienden
zij / ze bedienden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bediene
jij / je bediene
hij / zij / het bediene
wij / we bedienen
jullie bedienen
zij / ze bedienen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bediende
jij / je bediende
hij / zij / het bediende
wij / we bedienden
jullie bedienden
zij / ze bedienden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bedien
jullie (archaïsch) bedient

Onbepaalde vormen

Infinitief
bedienen
Tegenwoordig deelwoord
bedienend
Voltooid deelwoord
bediend

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary