HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bebossen — definition

Conjugation of bebossen

Regular CEFR B2
bəˈbɔsə(n)

met bomen bedekken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bebos
jij / je bebost
hij / zij / het bebost
wij / we bebossen
jullie bebossen
zij / ze bebossen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beboste
jij / je beboste
hij / zij / het beboste
wij / we bebosten
jullie bebosten
zij / ze bebosten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bebosse
jij / je bebosse
hij / zij / het bebosse
wij / we bebossen
jullie bebossen
zij / ze bebossen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beboste
jij / je beboste
hij / zij / het beboste
wij / we bebosten
jullie bebosten
zij / ze bebosten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bebos
jullie (archaïsch) bebost

Onbepaalde vormen

Infinitief
bebossen
Tegenwoordig deelwoord
bebossend
Voltooid deelwoord
bebost

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary