HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beëindigen — definition

Conjugation of beëindigen

Regular CEFR B2
bəˈɛi̯ndəɣə(n)

tot een afsluiting brengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beëindig
jij / je beëindigt
hij / zij / het beëindigt
wij / we beëindigen
jullie beëindigen
zij / ze beëindigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beëindigde
jij / je beëindigde
hij / zij / het beëindigde
wij / we beëindigden
jullie beëindigden
zij / ze beëindigden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beëindige
jij / je beëindige
hij / zij / het beëindige
wij / we beëindigen
jullie beëindigen
zij / ze beëindigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beëindigde
jij / je beëindigde
hij / zij / het beëindigde
wij / we beëindigden
jullie beëindigden
zij / ze beëindigden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beëindig
jullie (archaïsch) beëindigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beëindigen
Tegenwoordig deelwoord
beëindigend
Voltooid deelwoord
beëindigd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary