HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beëdigen — definition

Conjugation of beëdigen

Regular CEFR B2
bəˈeːdəɣə(n)

iemand installeren in een ambt door de ambtseed af te nemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beëdig
jij / je beëdigt
hij / zij / het beëdigt
wij / we beëdigen
jullie beëdigen
zij / ze beëdigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beëdigde
jij / je beëdigde
hij / zij / het beëdigde
wij / we beëdigden
jullie beëdigden
zij / ze beëdigden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beëdige
jij / je beëdige
hij / zij / het beëdige
wij / we beëdigen
jullie beëdigen
zij / ze beëdigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beëdigde
jij / je beëdigde
hij / zij / het beëdigde
wij / we beëdigden
jullie beëdigden
zij / ze beëdigden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beëdig
jullie (archaïsch) beëdigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beëdigen
Tegenwoordig deelwoord
beëdigend
Voltooid deelwoord
beëdigd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary