HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← basketballen — definición

Conjugation of basketballen

Regular CEFR C2
/ˈbɑs.kətˌbɑ.lə(n)/

basketbal spelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik basketbal
jij / je basketbalt
hij / zij / het basketbalt
wij / we basketballen
jullie basketballen
zij / ze basketballen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik basketbalde
jij / je basketbalde
hij / zij / het basketbalde
wij / we basketbalden
jullie basketbalden
zij / ze basketbalden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik basketballe
jij / je basketballe
hij / zij / het basketballe
wij / we basketballen
jullie basketballen
zij / ze basketballen
Aanvoegende wijs — verleden
ik basketbalde
jij / je basketbalde
hij / zij / het basketbalde
wij / we basketbalden
jullie basketbalden
zij / ze basketbalden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij basketbal
jullie (archaïsch) basketbalt

Onbepaalde vormen

Infinitief
basketballen
Tegenwoordig deelwoord
basketballend
Voltooid deelwoord
gebasketbald

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary