HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← baseren — definition

Conjugation of baseren

Regular CEFR C2
baːˈzeːrə(n)

zich ~ op: steunen op, uitgaan van Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik baseer
jij / je baseert
hij / zij / het baseert
wij / we baseren
jullie baseren
zij / ze baseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik baseerde
jij / je baseerde
hij / zij / het baseerde
wij / we baseerden
jullie baseerden
zij / ze baseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik basere
jij / je basere
hij / zij / het basere
wij / we baseren
jullie baseren
zij / ze baseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik baseerde
jij / je baseerde
hij / zij / het baseerde
wij / we baseerden
jullie baseerden
zij / ze baseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij baseer
jullie (archaïsch) baseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
baseren
Tegenwoordig deelwoord
baserend
Voltooid deelwoord
gebaseerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary