HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bannen — definición

Conjugation of bannen

Regular CEFR C2
/ˈbɑnə(n)/

iets verwijderen; iets niet toelaten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ban
jij / je bant
hij / zij / het bant
wij / we bannen
jullie bannen
zij / ze bannen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bande
jij / je bande
hij / zij / het bande
wij / we banden
jullie banden
zij / ze banden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik banne
jij / je banne
hij / zij / het banne
wij / we bannen
jullie bannen
zij / ze bannen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bande
jij / je bande
hij / zij / het bande
wij / we banden
jullie banden
zij / ze banden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ban
jullie (archaïsch) bant

Onbepaalde vormen

Infinitief
bannen
Tegenwoordig deelwoord
bannend
Voltooid deelwoord
gebannen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary