HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bankieren — definición

Conjugation of bankieren

Regular CEFR C2
/ˌbɑŋˈkiː.rə(n)/

de geldzaken regelen met een bank of financiële instelling Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bankier
jij / je bankiert
hij / zij / het bankiert
wij / we bankieren
jullie bankieren
zij / ze bankieren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bankierde
jij / je bankierde
hij / zij / het bankierde
wij / we bankierden
jullie bankierden
zij / ze bankierden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bankiere
jij / je bankiere
hij / zij / het bankiere
wij / we bankieren
jullie bankieren
zij / ze bankieren
Aanvoegende wijs — verleden
ik bankierde
jij / je bankierde
hij / zij / het bankierde
wij / we bankierden
jullie bankierden
zij / ze bankierden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bankier
jullie (archaïsch) bankiert

Onbepaalde vormen

Infinitief
bankieren
Tegenwoordig deelwoord
bankierend
Voltooid deelwoord
gebankierd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary