HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← banjeren — definición

Conjugation of banjeren

Regular CEFR B2
/ˈbɑn.jə.rə(n)/

onbehouwen ergens doorheen lopen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik banjer
jij / je banjert
hij / zij / het banjert
wij / we banjeren
jullie banjeren
zij / ze banjeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik banjerde
jij / je banjerde
hij / zij / het banjerde
wij / we banjerden
jullie banjerden
zij / ze banjerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik banjere
jij / je banjere
hij / zij / het banjere
wij / we banjeren
jullie banjeren
zij / ze banjeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik banjerde
jij / je banjerde
hij / zij / het banjerde
wij / we banjerden
jullie banjerden
zij / ze banjerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij banjer
jullie (archaïsch) banjert

Onbepaalde vormen

Infinitief
banjeren
Tegenwoordig deelwoord
banjerend
Voltooid deelwoord
gebanjerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary