HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← balanceren — definition

Conjugation of balanceren

Regular CEFR C2
ˌbaː.lɑnˈseː.rə(n)

evenwicht behouden om er niet vanaf te vallen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik balanceer
jij / je balanceert
hij / zij / het balanceert
wij / we balanceren
jullie balanceren
zij / ze balanceren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik balanceerde
jij / je balanceerde
hij / zij / het balanceerde
wij / we balanceerden
jullie balanceerden
zij / ze balanceerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik balancere
jij / je balancere
hij / zij / het balancere
wij / we balanceren
jullie balanceren
zij / ze balanceren
Aanvoegende wijs — verleden
ik balanceerde
jij / je balanceerde
hij / zij / het balanceerde
wij / we balanceerden
jullie balanceerden
zij / ze balanceerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij balanceer
jullie (archaïsch) balanceert

Onbepaalde vormen

Infinitief
balanceren
Tegenwoordig deelwoord
balancerend
Voltooid deelwoord
gebalanceerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary