HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bakeren — definición

Conjugation of bakeren

Regular CEFR B1
/ˈbaːkərə(n)/

het strak inwikkelen van een baby in een deken of lappen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik baker
jij / je bakert
hij / zij / het bakert
wij / we bakeren
jullie bakeren
zij / ze bakeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bakerde
jij / je bakerde
hij / zij / het bakerde
wij / we bakerden
jullie bakerden
zij / ze bakerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bakere
jij / je bakere
hij / zij / het bakere
wij / we bakeren
jullie bakeren
zij / ze bakeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik bakerde
jij / je bakerde
hij / zij / het bakerde
wij / we bakerden
jullie bakerden
zij / ze bakerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij baker
jullie (archaïsch) bakert

Onbepaalde vormen

Infinitief
bakeren
Tegenwoordig deelwoord
bakerend
Voltooid deelwoord
gebakerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary