HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bakenen — definición

Conjugation of bakenen

Regular CEFR B1
/ˈbaːkənə(n)/

met bakens omgeven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik baken
jij / je bakent
hij / zij / het bakent
wij / we bakenen
jullie bakenen
zij / ze bakenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bakende
jij / je bakende
hij / zij / het bakende
wij / we bakenden
jullie bakenden
zij / ze bakenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bakene
jij / je bakene
hij / zij / het bakene
wij / we bakenen
jullie bakenen
zij / ze bakenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bakende
jij / je bakende
hij / zij / het bakende
wij / we bakenden
jullie bakenden
zij / ze bakenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij baken
jullie (archaïsch) bakent

Onbepaalde vormen

Infinitief
bakenen
Tegenwoordig deelwoord
bakenend
Voltooid deelwoord
gebakend

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary