HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← badineren — definition

Conjugation of badineren

Regular CEFR B2

een spottende opmerking maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik badineer
jij / je badineert
hij / zij / het badineert
wij / we badineren
jullie badineren
zij / ze badineren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik badineerde
jij / je badineerde
hij / zij / het badineerde
wij / we badineerden
jullie badineerden
zij / ze badineerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik badinere
jij / je badinere
hij / zij / het badinere
wij / we badineren
jullie badineren
zij / ze badineren
Aanvoegende wijs — verleden
ik badineerde
jij / je badineerde
hij / zij / het badineerde
wij / we badineerden
jullie badineerden
zij / ze badineerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij badineer
jullie (archaïsch) badineert

Onbepaalde vormen

Infinitief
badineren
Tegenwoordig deelwoord
badinerend
Voltooid deelwoord
gebadineerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary