HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← backpacken — definition

Conjugation of backpacken

Regular CEFR B2

met een rugzak en te voet door een vreemde omgeving reizen, meestal zonder specifieke bestemming Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik backpack
jij / je backpackt
hij / zij / het backpackt
wij / we backpacken
jullie backpacken
zij / ze backpacken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik backpackte
jij / je backpackte
hij / zij / het backpackte
wij / we backpackten
jullie backpackten
zij / ze backpackten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik backpacke
jij / je backpacke
hij / zij / het backpacke
wij / we backpacken
jullie backpacken
zij / ze backpacken
Aanvoegende wijs — verleden
ik backpackte
jij / je backpackte
hij / zij / het backpackte
wij / we backpackten
jullie backpackten
zij / ze backpackten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij backpack
jullie (archaïsch) backpackt

Onbepaalde vormen

Infinitief
backpacken
Tegenwoordig deelwoord
backpackend
Voltooid deelwoord
gebackpackt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary