HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← babysitten — definición

Conjugation of babysitten

Regular CEFR C2
/ˈbeː.bi.sɪ.tə(n)/

passen op kleine kinderen terwijl de ouders niet aanwezig zijn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik babysit
jij / je babysit
hij / zij / het babysit
wij / we babysitten
jullie babysitten
zij / ze babysitten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik babysitte
jij / je babysitte
hij / zij / het babysitte
wij / we babysitten
jullie babysitten
zij / ze babysitten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik babysitte
jij / je babysitte
hij / zij / het babysitte
wij / we babysitten
jullie babysitten
zij / ze babysitten
Aanvoegende wijs — verleden
ik babysitte
jij / je babysitte
hij / zij / het babysitte
wij / we babysitten
jullie babysitten
zij / ze babysitten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij babysit
jullie (archaïsch) babysit

Onbepaalde vormen

Infinitief
babysitten
Tegenwoordig deelwoord
babysittend
Voltooid deelwoord
gebabysit

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary