HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← azen — definition

Conjugation of azen

Regular CEFR C2
ˈaː.zə(n)

~ op: jagen op, naar iets streven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik aas
jij / je aast
hij / zij / het aast
wij / we azen
jullie azen
zij / ze azen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik aasde
jij / je aasde
hij / zij / het aasde
wij / we aasden
jullie aasden
zij / ze aasden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik aze
jij / je aze
hij / zij / het aze
wij / we azen
jullie azen
zij / ze azen
Aanvoegende wijs — verleden
ik aasde
jij / je aasde
hij / zij / het aasde
wij / we aasden
jullie aasden
zij / ze aasden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij aas
jullie (archaïsch) aast

Onbepaalde vormen

Infinitief
azen
Tegenwoordig deelwoord
azend
Voltooid deelwoord
geaasd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary