HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← auditeren — definition

Conjugation of auditeren

Regular CEFR B2
ɑu̯diˈteːrə(n)

de economische en inhoudelijke bedrijfsvoering van een onderneming onderzoeken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik auditeer
jij / je auditeert
hij / zij / het auditeert
wij / we auditeren
jullie auditeren
zij / ze auditeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik auditeerde
jij / je auditeerde
hij / zij / het auditeerde
wij / we auditeerden
jullie auditeerden
zij / ze auditeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik auditere
jij / je auditere
hij / zij / het auditere
wij / we auditeren
jullie auditeren
zij / ze auditeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik auditeerde
jij / je auditeerde
hij / zij / het auditeerde
wij / we auditeerden
jullie auditeerden
zij / ze auditeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij auditeer
jullie (archaïsch) auditeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
auditeren
Tegenwoordig deelwoord
auditerend
Voltooid deelwoord
geauditeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary