HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← attesteren — definición

Conjugation of attesteren

Regular CEFR B2
/ɑtɛsˈteːrə(n)/

met een attest bekrachtigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik attesteer
jij / je attesteert
hij / zij / het attesteert
wij / we attesteren
jullie attesteren
zij / ze attesteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik attesteerde
jij / je attesteerde
hij / zij / het attesteerde
wij / we attesteerden
jullie attesteerden
zij / ze attesteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik attestere
jij / je attestere
hij / zij / het attestere
wij / we attesteren
jullie attesteren
zij / ze attesteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik attesteerde
jij / je attesteerde
hij / zij / het attesteerde
wij / we attesteerden
jullie attesteerden
zij / ze attesteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij attesteer
jullie (archaïsch) attesteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
attesteren
Tegenwoordig deelwoord
attesterend
Voltooid deelwoord
geattesteerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary