HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← attaqueren — definición

Conjugation of attaqueren

Regular CEFR B2
/ɑtaːˈkeːrə(n)/

een aanval openen op iets of iemand, ook figuurlijk Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik attaqueer
jij / je attaqueert
hij / zij / het attaqueert
wij / we attaqueren
jullie attaqueren
zij / ze attaqueren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik attaqueerde
jij / je attaqueerde
hij / zij / het attaqueerde
wij / we attaqueerden
jullie attaqueerden
zij / ze attaqueerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik attaquere
jij / je attaquere
hij / zij / het attaquere
wij / we attaqueren
jullie attaqueren
zij / ze attaqueren
Aanvoegende wijs — verleden
ik attaqueerde
jij / je attaqueerde
hij / zij / het attaqueerde
wij / we attaqueerden
jullie attaqueerden
zij / ze attaqueerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij attaqueer
jullie (archaïsch) attaqueert

Onbepaalde vormen

Infinitief
attaqueren
Tegenwoordig deelwoord
attaquerend
Voltooid deelwoord
geattaqueerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary