HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← assembleren — definition

Conjugation of assembleren

Regular CEFR C1
ˌɑ.sɛmˈbleː.rə(n)

bouwen of maken door onderdelen samen te voegen of te monteren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik assembleer
jij / je assembleert
hij / zij / het assembleert
wij / we assembleren
jullie assembleren
zij / ze assembleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik assembleerde
jij / je assembleerde
hij / zij / het assembleerde
wij / we assembleerden
jullie assembleerden
zij / ze assembleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik assemblere
jij / je assemblere
hij / zij / het assemblere
wij / we assembleren
jullie assembleren
zij / ze assembleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik assembleerde
jij / je assembleerde
hij / zij / het assembleerde
wij / we assembleerden
jullie assembleerden
zij / ze assembleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij assembleer
jullie (archaïsch) assembleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
assembleren
Tegenwoordig deelwoord
assemblerend
Voltooid deelwoord
geassembleerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary