HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← asfalteren — definition

Conjugation of asfalteren

Regular CEFR B2
ˌɑs.fɑlˈteː.rə(n)

bedekken met een mengsel van bitumen, steentjes en andere stoffen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik asfalteer
jij / je asfalteert
hij / zij / het asfalteert
wij / we asfalteren
jullie asfalteren
zij / ze asfalteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik asfalteerde
jij / je asfalteerde
hij / zij / het asfalteerde
wij / we asfalteerden
jullie asfalteerden
zij / ze asfalteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik asfaltere
jij / je asfaltere
hij / zij / het asfaltere
wij / we asfalteren
jullie asfalteren
zij / ze asfalteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik asfalteerde
jij / je asfalteerde
hij / zij / het asfalteerde
wij / we asfalteerden
jullie asfalteerden
zij / ze asfalteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij asfalteer
jullie (archaïsch) asfalteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
asfalteren
Tegenwoordig deelwoord
asfalterend
Voltooid deelwoord
geasfalteerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary