HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← articuleren — definición

Conjugation of articuleren

Regular CEFR C1
/ɑr.ti.kyˈleː.rə(n)/

de uitspraakklanken zorgvuldig vormen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik articuleer
jij / je articuleert
hij / zij / het articuleert
wij / we articuleren
jullie articuleren
zij / ze articuleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik articuleerde
jij / je articuleerde
hij / zij / het articuleerde
wij / we articuleerden
jullie articuleerden
zij / ze articuleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik articulere
jij / je articulere
hij / zij / het articulere
wij / we articuleren
jullie articuleren
zij / ze articuleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik articuleerde
jij / je articuleerde
hij / zij / het articuleerde
wij / we articuleerden
jullie articuleerden
zij / ze articuleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij articuleer
jullie (archaïsch) articuleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
articuleren
Tegenwoordig deelwoord
articulerend
Voltooid deelwoord
gearticuleerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary