HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← arresteren — definition

Conjugation of arresteren

Regular CEFR B1
ɑrɛsˈteːrə(n)

van overheidswege in hechtenis nemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik arresteer
jij / je arresteert
hij / zij / het arresteert
wij / we arresteren
jullie arresteren
zij / ze arresteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik arresteerde
jij / je arresteerde
hij / zij / het arresteerde
wij / we arresteerden
jullie arresteerden
zij / ze arresteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik arrestere
jij / je arrestere
hij / zij / het arrestere
wij / we arresteren
jullie arresteren
zij / ze arresteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik arresteerde
jij / je arresteerde
hij / zij / het arresteerde
wij / we arresteerden
jullie arresteerden
zij / ze arresteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij arresteer
jullie (archaïsch) arresteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
arresteren
Tegenwoordig deelwoord
arresterend
Voltooid deelwoord
gearresteerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary