HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← argumenteren — definition

Conjugation of argumenteren

Regular CEFR C2
ɑrɣymɛnˈteːrə(n)

met argumenten tot een conclusie trachten te komen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik argumenteer
jij / je argumenteert
hij / zij / het argumenteert
wij / we argumenteren
jullie argumenteren
zij / ze argumenteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik argumenteerde
jij / je argumenteerde
hij / zij / het argumenteerde
wij / we argumenteerden
jullie argumenteerden
zij / ze argumenteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik argumentere
jij / je argumentere
hij / zij / het argumentere
wij / we argumenteren
jullie argumenteren
zij / ze argumenteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik argumenteerde
jij / je argumenteerde
hij / zij / het argumenteerde
wij / we argumenteerden
jullie argumenteerden
zij / ze argumenteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij argumenteer
jullie (archaïsch) argumenteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
argumenteren
Tegenwoordig deelwoord
argumenterend
Voltooid deelwoord
geargumenteerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary