HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← arceren — definition

Conjugation of arceren

Regular CEFR B1
ɑrˈseːrə(n)

een vlak vullen met een stel fijne lijntjes op regelmatige afstanden evenwijdig aan elkaar Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik arceer
jij / je arceert
hij / zij / het arceert
wij / we arceren
jullie arceren
zij / ze arceren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik arceerde
jij / je arceerde
hij / zij / het arceerde
wij / we arceerden
jullie arceerden
zij / ze arceerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik arcere
jij / je arcere
hij / zij / het arcere
wij / we arceren
jullie arceren
zij / ze arceren
Aanvoegende wijs — verleden
ik arceerde
jij / je arceerde
hij / zij / het arceerde
wij / we arceerden
jullie arceerden
zij / ze arceerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij arceer
jullie (archaïsch) arceert

Onbepaalde vormen

Infinitief
arceren
Tegenwoordig deelwoord
arcerend
Voltooid deelwoord
gearceerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary