HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← apporteren — definition

Conjugation of apporteren

Regular CEFR B2
ɑpɔrˈteːrə(n)

terugbrengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik apporteer
jij / je apporteert
hij / zij / het apporteert
wij / we apporteren
jullie apporteren
zij / ze apporteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik apporteerde
jij / je apporteerde
hij / zij / het apporteerde
wij / we apporteerden
jullie apporteerden
zij / ze apporteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik apportere
jij / je apportere
hij / zij / het apportere
wij / we apporteren
jullie apporteren
zij / ze apporteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik apporteerde
jij / je apporteerde
hij / zij / het apporteerde
wij / we apporteerden
jullie apporteerden
zij / ze apporteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij apporteer
jullie (archaïsch) apporteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
apporteren
Tegenwoordig deelwoord
apporterend
Voltooid deelwoord
geapporteerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary