Conjugation of anonimiseren
/ˌaː.noː.ni.miˈzeː.rə(n)/zorgen dat gegevens over personen niet herleidbaar zijn tot bepaalde individuen; verwijderen van de identiteit Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | anonimiseer |
| jij / je | anonimiseert |
| hij / zij / het | anonimiseert |
| wij / we | anonimiseren |
| jullie | anonimiseren |
| zij / ze | anonimiseren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | anonimiseerde |
| jij / je | anonimiseerde |
| hij / zij / het | anonimiseerde |
| wij / we | anonimiseerden |
| jullie | anonimiseerden |
| zij / ze | anonimiseerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | anonimisere |
| jij / je | anonimisere |
| hij / zij / het | anonimisere |
| wij / we | anonimiseren |
| jullie | anonimiseren |
| zij / ze | anonimiseren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | anonimiseerde |
| jij / je | anonimiseerde |
| hij / zij / het | anonimiseerde |
| wij / we | anonimiseerden |
| jullie | anonimiseerden |
| zij / ze | anonimiseerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | anonimiseer |
| jullie (archaïsch) | anonimiseert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | anonimiseren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | anonimiserend |
Voltooid deelwoord
| — | geanonimiseerd |