HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← annuleren — definition

Conjugation of annuleren

Regular CEFR C1
ɑnyˈleːrə(n)

iets afgelasten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik annuleer
jij / je annuleert
hij / zij / het annuleert
wij / we annuleren
jullie annuleren
zij / ze annuleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik annuleerde
jij / je annuleerde
hij / zij / het annuleerde
wij / we annuleerden
jullie annuleerden
zij / ze annuleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik annulere
jij / je annulere
hij / zij / het annulere
wij / we annuleren
jullie annuleren
zij / ze annuleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik annuleerde
jij / je annuleerde
hij / zij / het annuleerde
wij / we annuleerden
jullie annuleerden
zij / ze annuleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij annuleer
jullie (archaïsch) annuleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
annuleren
Tegenwoordig deelwoord
annulerend
Voltooid deelwoord
geannuleerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary