HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← annoteren — definition

Conjugation of annoteren

Regular CEFR B2
ɑnoːˈteːrə(n)

van kanttekeningen voorzien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik annoteer
jij / je annoteert
hij / zij / het annoteert
wij / we annoteren
jullie annoteren
zij / ze annoteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik annoteerde
jij / je annoteerde
hij / zij / het annoteerde
wij / we annoteerden
jullie annoteerden
zij / ze annoteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik annotere
jij / je annotere
hij / zij / het annotere
wij / we annoteren
jullie annoteren
zij / ze annoteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik annoteerde
jij / je annoteerde
hij / zij / het annoteerde
wij / we annoteerden
jullie annoteerden
zij / ze annoteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij annoteer
jullie (archaïsch) annoteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
annoteren
Tegenwoordig deelwoord
annoterend
Voltooid deelwoord
geannoteerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary