HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← annexeren — definition

Conjugation of annexeren

Regular CEFR B2
ɑnɛkˈseːrə(n)

het toeëigenen van een grondgebied Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik annexeer
jij / je annexeert
hij / zij / het annexeert
wij / we annexeren
jullie annexeren
zij / ze annexeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik annexeerde
jij / je annexeerde
hij / zij / het annexeerde
wij / we annexeerden
jullie annexeerden
zij / ze annexeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik annexere
jij / je annexere
hij / zij / het annexere
wij / we annexeren
jullie annexeren
zij / ze annexeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik annexeerde
jij / je annexeerde
hij / zij / het annexeerde
wij / we annexeerden
jullie annexeerden
zij / ze annexeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij annexeer
jullie (archaïsch) annexeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
annexeren
Tegenwoordig deelwoord
annexerend
Voltooid deelwoord
geannexeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary