HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← amuseren — definition

Conjugation of amuseren

Regular CEFR C2
aːmyˈzeːrə(n)

op aangename wijze een indruk op iemand maken, iemand doen (glim)lachen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik amuseer
jij / je amuseert
hij / zij / het amuseert
wij / we amuseren
jullie amuseren
zij / ze amuseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik amuseerde
jij / je amuseerde
hij / zij / het amuseerde
wij / we amuseerden
jullie amuseerden
zij / ze amuseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik amusere
jij / je amusere
hij / zij / het amusere
wij / we amuseren
jullie amuseren
zij / ze amuseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik amuseerde
jij / je amuseerde
hij / zij / het amuseerde
wij / we amuseerden
jullie amuseerden
zij / ze amuseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij amuseer
jullie (archaïsch) amuseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
amuseren
Tegenwoordig deelwoord
amuserend
Voltooid deelwoord
geamuseerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary