HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← alliëren — definition

Conjugation of alliëren

Regular CEFR B2

In het bijzonder: vermengen van verschillende metalen, legeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik allieer
jij / je allieert
hij / zij / het allieert
wij / we alliëren
jullie alliëren
zij / ze alliëren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik allieerde
jij / je allieerde
hij / zij / het allieerde
wij / we allieerden
jullie allieerden
zij / ze allieerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik alliëre
jij / je alliëre
hij / zij / het alliëre
wij / we alliëren
jullie alliëren
zij / ze alliëren
Aanvoegende wijs — verleden
ik allieerde
jij / je allieerde
hij / zij / het allieerde
wij / we allieerden
jullie allieerden
zij / ze allieerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij allieer
jullie (archaïsch) allieert

Onbepaalde vormen

Infinitief
alliëren
Tegenwoordig deelwoord
alliërend
Voltooid deelwoord
geallieerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary