HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← alarmeren — definition

Conjugation of alarmeren

Regular CEFR C2
aːlɑrˈmeːrə(n)

door alarm oproepen of bijeenroepen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik alarmeer
jij / je alarmeert
hij / zij / het alarmeert
wij / we alarmeren
jullie alarmeren
zij / ze alarmeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik alarmeerde
jij / je alarmeerde
hij / zij / het alarmeerde
wij / we alarmeerden
jullie alarmeerden
zij / ze alarmeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik alarmere
jij / je alarmere
hij / zij / het alarmere
wij / we alarmeren
jullie alarmeren
zij / ze alarmeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik alarmeerde
jij / je alarmeerde
hij / zij / het alarmeerde
wij / we alarmeerden
jullie alarmeerden
zij / ze alarmeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij alarmeer
jullie (archaïsch) alarmeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
alarmeren
Tegenwoordig deelwoord
alarmerend
Voltooid deelwoord
gealarmeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary