HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← agiteren — definition

Conjugation of agiteren

Regular CEFR B2
ˌaː.ɣiˈteː.rə(n)

in een staat van zenuwachtige opwinding brengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik agiteer
jij / je agiteert
hij / zij / het agiteert
wij / we agiteren
jullie agiteren
zij / ze agiteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik agiteerde
jij / je agiteerde
hij / zij / het agiteerde
wij / we agiteerden
jullie agiteerden
zij / ze agiteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik agitere
jij / je agitere
hij / zij / het agitere
wij / we agiteren
jullie agiteren
zij / ze agiteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik agiteerde
jij / je agiteerde
hij / zij / het agiteerde
wij / we agiteerden
jullie agiteerden
zij / ze agiteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij agiteer
jullie (archaïsch) agiteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
agiteren
Tegenwoordig deelwoord
agiterend
Voltooid deelwoord
geagiteerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary