HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← aggregeren — definición

Conjugation of aggregeren

Regular CEFR B2

samenplaatsen, samenvoegen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik aggregeer
jij / je aggregeert
hij / zij / het aggregeert
wij / we aggregeren
jullie aggregeren
zij / ze aggregeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik aggregeerde
jij / je aggregeerde
hij / zij / het aggregeerde
wij / we aggregeerden
jullie aggregeerden
zij / ze aggregeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik aggregere
jij / je aggregere
hij / zij / het aggregere
wij / we aggregeren
jullie aggregeren
zij / ze aggregeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik aggregeerde
jij / je aggregeerde
hij / zij / het aggregeerde
wij / we aggregeerden
jullie aggregeerden
zij / ze aggregeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij aggregeer
jullie (archaïsch) aggregeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
aggregeren
Tegenwoordig deelwoord
aggregerend
Voltooid deelwoord
geaggregeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary