HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ageren — definition

Conjugation of ageren

Regular CEFR B1
aːˈɣeːrə(n)

moeite doen om een - meestal politiek - doel te bereiken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ageer
jij / je ageert
hij / zij / het ageert
wij / we ageren
jullie ageren
zij / ze ageren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ageerde
jij / je ageerde
hij / zij / het ageerde
wij / we ageerden
jullie ageerden
zij / ze ageerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik agere
jij / je agere
hij / zij / het agere
wij / we ageren
jullie ageren
zij / ze ageren
Aanvoegende wijs — verleden
ik ageerde
jij / je ageerde
hij / zij / het ageerde
wij / we ageerden
jullie ageerden
zij / ze ageerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ageer
jullie (archaïsch) ageert

Onbepaalde vormen

Infinitief
ageren
Tegenwoordig deelwoord
agerend
Voltooid deelwoord
geageerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary