HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← adresseren — definition

Conjugation of adresseren

Regular CEFR B2
aː.drɛˈseː.rə(n)

het adres in een computergeheugen benaderen voor het lezen of opslaan van gegevens Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik adresseer
jij / je adresseert
hij / zij / het adresseert
wij / we adresseren
jullie adresseren
zij / ze adresseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik adresseerde
jij / je adresseerde
hij / zij / het adresseerde
wij / we adresseerden
jullie adresseerden
zij / ze adresseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik adressere
jij / je adressere
hij / zij / het adressere
wij / we adresseren
jullie adresseren
zij / ze adresseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik adresseerde
jij / je adresseerde
hij / zij / het adresseerde
wij / we adresseerden
jullie adresseerden
zij / ze adresseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij adresseer
jullie (archaïsch) adresseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
adresseren
Tegenwoordig deelwoord
adresserend
Voltooid deelwoord
geadresseerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary