Conjugation of administreren
/ˌɑt.mi.niˈstreː.rə(n)/zorgvuldig vastleggen van gegevens zodat het later terug te vinden of controleren is Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | administreer |
| jij / je | administreert |
| hij / zij / het | administreert |
| wij / we | administreren |
| jullie | administreren |
| zij / ze | administreren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | administreerde |
| jij / je | administreerde |
| hij / zij / het | administreerde |
| wij / we | administreerden |
| jullie | administreerden |
| zij / ze | administreerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | administrere |
| jij / je | administrere |
| hij / zij / het | administrere |
| wij / we | administreren |
| jullie | administreren |
| zij / ze | administreren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | administreerde |
| jij / je | administreerde |
| hij / zij / het | administreerde |
| wij / we | administreerden |
| jullie | administreerden |
| zij / ze | administreerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | administreer |
| jullie (archaïsch) | administreert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | administreren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | administrerend |
Voltooid deelwoord
| — | geadministreerd |