HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← adduceren — definition

Conjugation of adduceren

Regular CEFR B2
ˌɑ.dʏˈseː.rə(n)

to adduct (move toward the median axis of the body) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik adduceer
jij / je adduceert
hij / zij / het adduceert
wij / we adduceren
jullie adduceren
zij / ze adduceren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik adduceerde
jij / je adduceerde
hij / zij / het adduceerde
wij / we adduceerden
jullie adduceerden
zij / ze adduceerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik adducere
jij / je adducere
hij / zij / het adducere
wij / we adduceren
jullie adduceren
zij / ze adduceren
Aanvoegende wijs — verleden
ik adduceerde
jij / je adduceerde
hij / zij / het adduceerde
wij / we adduceerden
jullie adduceerden
zij / ze adduceerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij adduceer
jullie (archaïsch) adduceert

Onbepaalde vormen

Infinitief
adduceren
Tegenwoordig deelwoord
adducerend
Voltooid deelwoord
geadduceerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary